| Het lijkt wel of ik op het moment aan alle kanten om me heen afwijzing van anderen oproep en creëer: op mijn werk, in mijn relatie, in losse contacten…. En de les die ik daar uit aan het leren ben is dat niemand mij kan afwijzen zolang ik mezelf niet afwijs. En dat dat ook de grote uitdaging daarin is.
Als ik mijn hart openhoud, de pijn en de boosheid voel die het bij me oproept als iemand zich uit het contact terugtrekt of mij verwijten maakt, en mezelf daarin blijf dragen, dan voel ik me niet afgewezen. Dit klinkt een stuk makkelijker gezegd dan het is gedaan trouwens! De neiging om me terug te trekken, te denken: “ik doe het wel alleen, ik heb niemand nodig”, en mezelf af te sluiten en mezelf of die ander af te wijzen is elke keer weer levensgroot aanwezig. En toch merk ik dat ik ook elke keer weer uitkom bij dat dat niet waar is en dat ik dat niet zo wil. Ik kan het niet alleen, hoef het ook niet alleen te doen en ik wil me niet meer afsluiten. Ik geloof in de liefde en ik wil mijn hart blijven openen, voor mezelf. Een gedicht over de liefde dat op een prikbord in mijn toilet hangt, en dat ik dus elke dag lees, opent met de volgende zinnen: ogenschijnlijk niet geliefd wordt. Liefde faalt in jouw geval als jij afwijst, verraadt of niet liefhebt. En dat is voor mij een belangrijke verschuiving in de manier waarop ik hier altijd tegenaan keek. Het gaat niet om wat de ander doet, het gaat om wat ikzelf doe, en wat de wereld om mij heen ook doet, ik kan blijven kiezen voor de liefde en mezelf de liefde blijven geven waar ik naar verlang door me ervoor te openen. De relatie is niet het doel, de relatie is het middel om zelf te groeien in de liefde. En dit vraagt een heleboel moed, het is een stuk makkelijker om me af te sluiten en vast te blijven zitten in mijn boosheid. Dan hoef ik de pijn namelijk niet te voelen. Maar dan voel ik de liefde die er is ook niet en wordt mijn leven een stuk grauwer en grimmiger. Ik open mijn hart, elke keer weer, met vallen en opstaan en ik heb lief! |
Veel liefs, Avelien